Trip naar het Gele Rif in Denemarken 2010
Het is vrijdagochtend, 4 juni 2010 als om 03.30 uur de eerste vissers het terrein oprijden van touroperator Brouwer’s. Een beetje slaperig maar met gezonde spanning worden de tassen, hengels, koelboxen, kussens en slaapzakken uit verschillende auto’s getrokken. Je vraagt je af of we echt een weekend weggaan, de hoeveelheid aan bepakking straalt heel iets anders uit. Een aantal wordt gedropt door vrouwlief in badjas, die zich ietwat ongemakkelijk tussen dit vistuig begeeft. Maar de mannen hebben op dit moment alleen oog voor hun hengels, de krulspelden vallen totaal niet op. Nadat de bus afgeladen is met materiaal gaan we de bus in, we zijn klaar voor transport. We worden veilig opgeborgen door de 1e chauffeur (bij ons bekend als Eric “Edmondo”). Na elke 2 uur is er een rook- en aftappauze, ook lekker om even de benen strekken. De gekste taferelen vinden tijdens deze pauzes plaats maar, dat een koe Harrie de Hengst uit staat te lachen als hij naar z’n eigen gezeik staat te luisteren, is toch wel heel bijzonder! In de bus vliegen de “Wortels” om je oren, ze proppen je vol met een sapje uit Duitsland. De kaas, worst, borrelnoten, whisky en bier zijn niet op te krijgen. Ome Chiel heeft een speciaal flesje Strohrum in de aanbieding maar niemand waagt zich aan die bocht. Kortom, we zijn volop in training voor een lange vistrip.
Na 5 uren is Eric het zat en besluit ons over te dragen aan de stuk jongere Niels. Niels is nog jong en puur, netjes in pak met stropdas. Maar hij is al wat gewend, reisjes naar de wintersport enzo, het zit wel goed. Ook hij laat ons nog een paar keer los in de zonnige weiden, waar wildplassen topsport werd. Na nog een aantal uren snurken en gorgelen arriveren we om 18.00 uur in Hirsthals, de plaats van bestemming. Daar ligt de Albatros 1 smachtend op ons te wachten. Niemand aan boord te bekennen, we besluiten de hele santenkraam aan boord te brengen en bellen ondertussen naar de eigenaar. Even later komt de broer van de kapitein aangefietst, hij meld ons dat de kapitein om 20.00 uur aan boord komt, de twee bemanningsleden zullen om 22.00 uur arriveren.
Nou, dan de tijd maar even doden met een gebraden kippetje van Jaap S. We vragen aan broer kaptein of er een magnetron aan boord is om de kippen te warmen. Die is er, we mogen hem gebruiken maar het wordt ons sterk aangeraden om deze proper achter te laten, anders zwaait er wat. Voorzitter en visser in spe Kees behandeld de magnetron als is ie van goud. Na een half uur zitten we allemaal te kipkluiven. Vol en zoet laten we het kippenkerkhof afzakken naar de bodem van de haven. Net als we beginnen om de hengels klaar te maken komt er een man aan boord met een wel heel bijzondere uitstraling. Hij kijkt alsof hij is veroordeeld voor een taakstraf die hij tussen dit vistuig moet uitzitten. Hij kijkt nors, zegt niet veel maar uit een paar woorden kunnen we wel opmaken dat dit onze skipper is. Dit beloofd een gave trip te worden, succes verzekerd! In ieder geval kunnen we nu de hutten in, de kooien worden verdeeld. De Duifjes gaan samen met Jaap H en Mart voorin, een andere hut (de zgn rufthut) wordt gedeeld door Pa, Harrie de Hengst, Siem, een paar Wortels en ome Chiel. In de derde hut (urruhsmurruzweetkakkuhhut) bivakkeren Cees V, Hugo, Kees K. en Luus. In het kombuis installeren zich Jan Rap en zijn maten Arjan en Klaas. Zo, iedereen heeft zijn stek, het is tijd voor een sapje. We verwelkomen de twee bemanningsleden en dat betekend dat het nu 22.00 uur is. Nog een uurtje en dan gaan we stomen richting het Gele Rif. Het zeetje is glad als we gaan varen, iedereen zit te geeuwbekken en we besluiten toch maar te kooi te gaan na deze inspannende dag.
Zaterdagochtend om 04.30 uur is iedereen wakker, de luiken worden hier en daar opengezet om bepaalde luchten te doen verdwijnen. Even een spraytje onder de oksels en we zitten fris aan het ontbijt. Lang duurt dit ontbijt niet want om 5.00 uur staan we volop te vissen. Het zonnetje komt langzaam op en voor velen is dit tafereel lang geleden, wij zien hem meestal onder gaan. Er wordt niet veel gevangen en onze vrolijke Frans geeft al snel een blaasje om op te halen. We gaan een half uurtje verder varen. Uit een vluchtige Wortelanalyse blijkt dat dit schip toch al gauw een mijl per uur vooruit en een halve mijl achteruit vaart. Na een half uur zijn we dus een kwart mijl verder. De blaas gaat weer en de hengels gaan weer uit, en dit keer is het raak. De kabeljauwen worden achter elkaar naar boven getakeld, dit is feest. “Blijven hangen Sjakie!” hoor je overal brullen op de boot. De eerste grote gul is gevangen (76 cm), op dit moment gaat Luus aan de leiding. De wind begint nu aan te wakkeren en het lood moet
zwaarder. Maar de eerste manden met kabeljauw zijn binnen. Na ruim een uur takelen gaan we weer stomen, we zijn te ver van de stek afgedreven. Met volle kracht gaan we weer voor- en achteruit en na een uurtje varen liggen we weer goed. Luus vangt een “malle mok” en durft hem zelf niet binnen te halen. Siem en Gerrit nemen het van haar over. Het draad zit om zijn nek en Siem verlost hem door het nekkie een beetje uit te rekken. Terwijl ome Chiel alle tuigjes van de regenboog al heeft geprobeerd en steeds niets vangt, takelt de rest lekker door. Maar ook aan de lijzijde gaat het niet zo best, Hennie wordt er gek van en besluit na de volgende stoom naar een andere stek te verkassen. Jan Rap staat er prima, hij vangt regelmatig vis en andere vislijnen aan deze kant. Hugo houdt het even voor gezien en gaat een tukkie doen, hij is een beetje brak.
Het is rond het middaguur en het is tijd om weer een stuk te stomen, we gaan wat verderop. We hebben nu even tijd om het vochtgehalte aan te vullen. Lekkere koude kletsen en een lekker borreltje “wat smaakt naar niks” worden gulzig in de kelen gegoten. “Diner is ready”, we kunnen eten. Maar ook voor Deens beschuit komt Hugo zijn kooi niet uit. In het kombuis staan gebakken aardappels met groenten en rollade klaar. Het ruikt heerlijk, dat komt door dat smeuïge champignonnensausje wat erbij staat. Dat spul wat naar niks smaakt is bij één persoon (die dat normaal gesproken nooit drinkt!) verkeerd gevallen. Met zijn mond vol aardappels en rollade krijgt meneer braakneigingen aan tafel en probeert op deze manier de aandacht te trekken. Met een hand vol waggelt hij, onder gegrinnik van zijn maten, naar de dichtstbijzijnde pot. Geluiden van een jankende zeerob klinken vanuit een diepe pot door de kombuis. Gelukkig is hij na een uurtje weer in het bezit van een zwaar shagje en dat witte spul wat naar niks smaakt. Ome Chiel heeft het niet naar zijn zin, hij heeft nog niks gevangen en Luus geeft hem een peptalk en het geheime blauwe wapen. De wind is nu sterk toegenomen naar 5 Bft maar Pa staat weer lekker te vangen. Totdat Zeus vindt dat hij niet fris meer ruikt, dan wordt hij getroffen door een beste golf. Pa blijft aan boord maar is nu tot de draad toe nat. Maar dan is er altijd zoon Arjan die het goede advies geeft om even op de wind te gaan staan, dan ben je zo droog. Deze van origine kiter kan ook lekker vissen trouwens, de Sjakies vliegen om z’n oren. Samen met Cees V. vormt hij een goed Sjakie-team, beide heren maken mekaar gek. Wortel Sr is lekker druk (bezig) en zit regelmatig met Luus in de knoop. Jaap zit rustig op zijn troon de ene na de andere binnen te takelen. En als je dan toch een kleine Gerrit hebt dan moet je hem meenemen met vissen. Deze jongen heeft constant vis aan de haak en je ziet dan ook de spierballen opzwellen. Hennie heeft nu ook een ander stekkie en staat ook lekker te vangen. Mart, Siem en Harrie staan achterop en dan is er groot gejuich, Harrie heeft een beste Pollak gevangen. Vervolgens weer gejuich, grote Gerrit heeft een grote gul. En dan het grote moment voor ome Chiel, eindelijk vangt hij vis. Hij is een gelukkig mens en wordt toegejuicht door de rest met de tekst dat Sjakie ook bij hem moet blijven hangen. Zelfs de bemanningsleden schreeuwen “Sjakie Sjakie” mee. De boel wordt opgemeten, zowel Harrie, Grote Gerrit als Chiel gaan over het record van Luus heen. Jammer genoeg hebben ze alle drie een vis van 81 cm.
Kees K. staat voorop te vissen als ook hij getroffen wordt door een flinke bak buiswater. Deze sport is het neusje van de Zalm, Kees krijgt in Denemarken zijn vissersdoop, niet één maar twee keer krijgt hij een heerlijke zoute douche. Kees Duif staat net iets hoger, hij moet zich af en toe stevig vast houden aan de railing maar blijft wel droog. Het is ondertussen 18.00 uur en de wind neemt nog steeds toe, we schatten 6 Bft. De golven beginnen steeds hoger te worden en gaan richting de 4m. We hebben al een aantal uren flink gevangen maar met het grote gewicht aan lood ook al aardige lamme armen gekregen. Het is het broodetenstijd, dit geeft ons even tijd het lichaam te ontspannen. We verbazen ons over de skipper want de golven worden steeds hoger en het lijkt er niet op dat hij gaat stoppen. Toch wel een toffe vent, geen woorden maar daden. Hij geeft een blaasje, we moeten ophalen om te gaan eten. Maar Mart heeft nog een beer aan de haak. De skipper gooit de motor weer uit en laat Mart zijn vangst naar boven halen. Langzaam komt het grote gevaarte naar boven, wat een joekel, deze gaat vet over de 81cm heen! Wij schatten (zonder visserslatijn) een kabeljauw van 1.20cm. De man van het witte spul wat naar niks smaakt biedt zich aan als pikkelateur. Het witte spul smaakt naar niks maar doet wel zijn werk, hij kan deze grote kabeljauw niet pikkelen, het schip gaat op een golf omhoog en het onderlijntje knapt. Daar gaat de grote beer, tot groot verdriet van Mart, dit had zeker de grootste vis geweest. Maar ja, had, daar heb je niks aan. We hebben nu wel een vacature aan boord voor de functie (mis-)pikkelateur, niemand solliciteert. Na een troostbroodje gaan we gewoon weer verder vissen. En dan gebeurt het ongelofelijke met het geheime blauwe wapen, ome Chiel heeft zwaar beet. Cees V. en Arjan moedigen hem aan: Blijven hangen Sjakie! Hij draait met zijn al wat oudere spierballetjes een kabeljauw van 91cm naar boven. Arjan heeft de vacaturen van pikkelateur toch ingevuld en pikkelt deze grote jongen goed aan boord. Na deze goede verrichting was de pikkel zo blij dat hij doormidden brak, maar de buit was aan boord! We werden steeds trotser op onze skipper en hij op ons. We lieten ons allemaal niet door de bijna brekers uit het veld slaan. Maar om 20.30 uur kwam toch het sein dat we terug moesten naar de haven. Er is nog slechter weer op komst en hij kan onze veiligheid niet meer garanderen. Moe en voldaan zakken we af naar de kombuis, Hugo vindt het tijd voor een Kattuks Kust Kapertje. We maken het flesje voor de wind soldaat en toasten op een schitterende visdag. Om 23.00 uur lopen we veilig de haven binnen en dan is het tijd om te kooi te gaan. Maar eerst nog een lestertje en dan lekker tussen de vette lappen in de heerlijke walmen van urruhsmurruzweetkakkuh.
Zondagmorgen, 07.00 uur. We liggen nog in de haven en gaan niet meer uit, het weer is te slecht. Gelukkig hebben we gisteren een muiterdag gehad, we hebben in totaal 460kg vis gevangen, iedereen is dik tevreden. Om 10.00 uur stappen we weer bij Niels in de bus, op naar Kattuk. Na een gezellige busrit met een overvloed aan proviand komen we om middernacht weer thuis. We spreken af dat we de vis de volgende middag gaan fileren. Na het fileren blijft er 154kg filet over, de man 8kg. Daar kunnen we voorlopig van genieten en terugdenken aan een hele gave tocht naar Hirsthals Denemarken. Dan is er nog een verrassing, de prijs voor de grootste vis. Deze prijs (een hengel) is geheel gesponsord door Piet Meijvogel Hengelsport en Cees V reikt hem uit aan ome Chiel voor zijn gul van 91cm. Goed gedaan ouwe, op de volgende trip je nieuwe hengel en het geheime blauwe wapen meenemen! Wanneer gaan we weer?
voor Foto verslag door Luus & Kees >>